Berlinde De Bruyckere

Gent, 1964

Wikipedia

Berlinde De Bruyckere vestigt in haar werk de aandacht op de broosheid van het leven. Het lijdende lichaam en de overweldigende kracht van de natuur behoren tot de kernmotieven van haar oeuvre. Ze werkt met afgietsels van was, gelooide dierenhuiden, haar, textiel, metaal en hout. En ze put veelvuldig uit de tradities van de Europese oude meesters, de christelijke iconografie, mythologieën en culturele overlevering. Deze historische elementen verbindt zij met actuele gebeurtenissen. Zo creëert ze beelden van pathos, tederheid maar ook onbehagen. 

Vanaf het begin van de jaren ’90 is haar werk te zien in tal van solo- en groepstentoonstellingen in vooraanstaande instituten over de hele wereld. In 2013 vertegenwoordigde zij België op de Biënnale van Venetië met Kreupelhout/Cripplewood, 2012–2013, een grote installatie die ze realiseerde in samenwerking met de auteur en Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee.

De huidige pandemie bracht Berlinde bij het motief van de engelen: “Een lawine aan beelden overspoelt mij. Mensen sterven eenzaam, zien alleen andere zieken naast hen. Dat is het ergste, denk ik, alleen doodgaan. Gelukkig zijn er engelen. Ik zie ze overal deze dagen.” (Berlinde De Bruyckere in De Standaard, 4 april 2020). Geïnspireerd door de grote, donkere, beschermende vleugels van de engel op een schilderij van Giorgione is zij gaan experimenteren met afgietsels van dierenhuiden om vleugelvormen te creëren. Die lijflijke en behaarde vormen combineert ze met menselijke figuratie tot een mysterieus moment dat het midden houdt tussen onheil en een blijde boodschap. Hoog op hun sokkels toornen deze engelen huiveringwekkend boven ons uit, maar beloven zij tegelijkertijd in al hun tederheid, redding en troost.