Guido Geelen

Thorn, 1961

Website

Guido Geelen doorbrak eind jaren ’80 de opvatting dat klei enkel een grondstof is voor ambachtslieden en de kunstnijverheid. Hij maakt monumentale beelden waarin gebakken klei maar ook gegoten brons en aluminium een belangrijke plaats inneemt. “Het materiaal tot het uiterste drijven, dat is zonder meer wat ik wil,” zegt Geelen. “Ik ga de strijd aan met de materie, boor er gaten in en verbuig het totdat het materiaal het dreigt te begeven. Klei is aarde. Het proces van modelleren, bakken en stollen speelt een belangrijke rol in mijn werk. Daarbij laat ik altijd heel nadrukkelijk zien hoe mijn beelden zijn gemaakt: in de klei zie je de handen en de vingerafdrukken, ik toon de naden van de mallen.”

Ter voorbereiding op zijn deelname aan deze Biënnale bezocht hij St. Catharinadal, het klooster van de zusters Norbertinessen. In de ontvangstkamer viel zijn oog direct op de Comtoise-klok die daar aan de muur hangt, een type klok dat al langer zijn interesse had. Gebaseerd op dit uit de 17e en 18e eeuw stammende uurwerk maakt hij een installatie waarin de in het klooster beoefende vaardigheden, maar ook het verstrijken én stilstaan van de tijd een rol spelen.

Hoop, het thema van deze Biënnale, is een begrip dat alles met het verloop van de tijd van doen heeft. We hopen immers op iets dat wellicht in de toekomst gerealiseerd zal worden. Ook bidden is met hoop verweven en de kloksculpturen die Guido in de ontvangstkamer zal ophangen slaan elk op een andere tijd, verbonden met een van gebedsmomenten die in het klooster worden gevolgd.

Schetsontwerp Biënnale.