Aan het begin van zijn carrière refereerde Marc Mulders nog nadrukkelijk aan voorgangers uit de kunstgeschiedenis. Zo maakte hij in 1987 een schilderij naar de Piëta van Michelangelo en schilderde hij in 1989 een geslachte os naar Rembrandt. Met deze klassieke, vaak christelijke, thema’s in combinatie met zijn pasteuze manier van schilderen, was Mulders een eenling in de postmoderne jaren tachtig. Toch won hij in 1985 de prestigieuze Prix de Rome.

Marc werd sindsdien bij een breed publiek bekend en geliefd om zijn olieverfschilderijen waarin hij de loop van de natuur volgt.

Voor de Biënnale laat Marc zich inspireren door de War Gardens van Lalage Snow. In collages schildert hij rondom de gekozen afbeeldingen van Paradijstuinen uit de Islamitische en Christelijke miniatuurkunst door en verlengt in olieverf de paden, vijvers en bloemborders.

Hij kiest ervoor om in zijn werk de eeuwenoude verbindingen tussen christendom en islam, aan het licht te brengen. Juist in deze tijd, nu het maatschappelijk debat de verschillen tussen die culturen uitvergroot en mensen over en weer wantrouwend of zelfs vijandig worden: “Te midden van conflicten en oorlogen is de tuin, in de aardse en in de spirituele betekenis, een plek van vrede en hoop. Wie tuiniert midden in een oorlog keert gewoon de andere wang toe en zoekt een uitweg naar een ‘perfecte kleine wereld’”.

Marc sluit met deze serie aan bij de eeuwenoude traditie van kalligrafische restauraties van Bijbel verluchtigingen in het Norbertinessenklooster.

Schets Biënnale.