Het Gebied

Het gebied ‘De Heilige Driehoek’ dankt zijn naam aan drie monumentale kloosters, die omgeven worden door grote kloostertuinen en landerijen. Het gebied ligt in een kleinschalig, agrarisch landschap in Oosterhout, Noord-Brabant. Bijzonder is dat deze kloosters alle drie nog in functie zijn: de Onze Lieve Vrouwe Abdij, de Sint-Paulusabdij en Sint-Catharinadal.

Bijzondere locatie

De Heilige Driehoek is een bijzondere plek in Oosterhout. Het unieke Brabantse cultuurlandschap is ruim honderd hectare groot en sinds 2006 aangewezen als Rijksbeschermd Stadsgezicht. Zo blijft het speciale karakter van één van de cultuurhistorische toplocaties in Noord-Brabant behouden. De plek ademt een sfeer van stilte, spiritualiteit en schoonheid. Het is een oase van rust, waarin fraaie architectuur harmonisch samengaat met het landschap. Muren bakenen het gebied af en zorgen voor de noodzakelijke stilte waarbinnen de kloosters kunnen functioneren.

Traditie

De kloosterbewoners leven hier al eeuwenlang volgens bepaalde tradities, in verbondenheid met God, de medemens en de wereld. De kloostergebouwen vormen met hun ommuurde grote tuinen een karakteristiek element in het landschap.

Een religieuze levenswijze is niet vanzelfsprekend in deze tijd. De kernwaarden en levensvragen die uit die traditie voortkomen zijn echter nog steeds actueel en komen in ieders leven voor. In de ateliers van de kloosters werden van oudsher verschillende ambachten en kunstvormen gebruikt om zo het kloosterideaal mede vorm te geven. Door de organisatie van een kunstmanifestatie op deze plek bouwt de Biënnale voort op deze traditie. 

Drie kloosters

De kloosters van de Heilige Driehoek zijn:

• Sint-Catharinadal, bewoond door de zusters norbertinessen

• Onze Lieve Vrouwe Abdij, bewoond door de benedictinessen

• de Sint-Paulusabdij, bewoond door de gemeenschap Chemin Neuf

Luchtfoto van het gebied.

Sint Catharinadal

De priorij Sint-Catharinadal is de oudste kloostergemeenschap van Nederland. Ze bestaat onafgebroken sinds de oprichting in 1271. Sinds 1647 wonen de zusters norbertinessen in het uit de late viertiende eeuw daterende slot De Blauwe Camer in Oosterhout, een van de fraaiste monumenten van Noord-Brabant.

Norbertinessen

De norbertinessen kunnen terugkijken op een rijke historie. Het in 1271 in Vroenhout, bij Roosendaal, gestichte klooster werd in 1288 ernstig bedreigd door het water van de Sint-Aagtenvloed. Dat was voor de zusters reden om in 1295 uit te wijken naar Breda. Ze bleven er tot 1647. Vanaf dat moment was het voor de katholieke kloostergemeenschap onmogelijk geworden zich nog langer in Breda te handhaven. Uitoefening van het katholieke geloof was na de Opstand moeilijk. Ze weken uit naar Oosterhout, waar ze nog altijd wonen. Nadat de zusters de De Blauwe Camer hadden betrokken, breidden ze het slotje uit met een kloostergebouw rond een pandhof. In de negentiende eeuw werd een fraai poortgebouw toegevoegd. De Blauwe Camer is omgeven door een slotgracht. In de priorij wonen dertien zusters, kanunnikessen die leven volgens de regel van Sint-Augustinus. Dagelijks zingen ze de getijden. Aan de priorij is sinds 1954 een kunstatelier verbonden, dat vermaard was vanwege de restauratie van antieke boeken.

Onze Lieve Vrouw Abdij

In 1901 vestigden de zusters benedictinessen zich in de kostschool op het landgoed Vredeoord aan de Zandheuvel, die grensde aan de priorij Sint-Catharinadal. De vrouwelijke monniken – ook monialen genoemd – waren dat jaar verdreven uit Wisques (Frankrijk) vanwege antiklerikale wetgeving van de Franse regering Waldeck-Rousseau. In de loop van de jaren die volgden, bouwden ze de oude kostschool uit tot een abdij met kloosterkerk: de Onze Lieve Vrouwe Abdij. Na enkele jaren traden meer en meer Nederlandse zusters in en was de abdij zo ‘vernederlandst’ dat Nederlands de voertaal werd.

Abdij

De abdij is in neogotische stijl gebouwd door de Franse architect Villain. Hij ontwierp de kerk en het klooster als gebouwencarré rond een pandhof. In 1961 werd de kerk verbouwd naar een ontwerp van de gerenommeerde Nederlandse architect Granpré Molière. In 1972 en 1982 werd het complex uitgebreid met een gastenverblijf en een nieuw kloosterdeel met een tweede pandhof, in de stijl van de Bossche School. In de abdij leven drieëntwintig zusters volgens de regel van Sint-Benedictus. Het Benedictijnse leven kenmerkt zich door het ‘ora et labora’, een afwisseling van werk, studie en gebed. Dagelijks zingen de zusters de getijden. Ze restaureerden in hun ateliers antieke gobelins en middeleeuwse handschriften.De abdij had een paramentenatelier. Er worden nog steeds kaarsen gemaakt. 

Sint Paulusabdij

In het kielzog van de benedictinessen kwamen ook de benedictijner monniken uit Wisques naar Oosterhout. Zij bouwden in 1907 de Sint-Paulusabdij, die grenst aan de abdij van de benedictinessen. In de volksmond ging het hele gebied daarna al gauw De Heilige Driehoek heten.

Benedictijnen

Ook bij de benedictijnen traden snel veel Nederlanders in. Rond 1950 woonden er ruim honderd monniken in de abdij. Ze waren onder meer vermaard om hun schildersateliers, restauratieateliers, pottenbakkerij en orchideeën-kwekerij. De monnikengemeenschap heeft de abdij in 2006 verlaten om haar intrek te nemen in een kloosterbejaardenoord.

De Sint-Paulusabdij is ontworpen en gebouwd door de jonge Franse architect en Benedictijner monnik Paul Bellot, die in Nederland kennismaakte met het werk van Berlage en Cuypers. Hij maakte van de abdij een wondermooie schepping in baksteen. De internationaal gerenommeerde architect-monnik, Dom Hans van der Laan, ontwierp er in 1938-1939 het gastenverblijf. Van der Laan behoort tot één van de belangrijkste grondleggers van wat later de ‘Bossche school’ is gaan heten.

De kloostergemeenschap speelde tot aan het laatste kwart van de twintigste eeuw een belangrijke rol in het maatschappelijk, religieus en cultureel leven van hun tijd. Schrijver Frederik van Eeden was er kind aan huis en werd er zelfs gedoopt. Dom Nico Wesselingh en zijn confraters gaven het Gregoriaans nieuwe impulsen. Dom van den Bergs werk in de orchideeënkwekerij was baanbrekend. Het pottenbakkersatelier was tot ver over de grenzen bekend.

Chemin Neuf

De abdij wordt nu bewoond door de Franse Communauté de Chemin Neuf, een oecumenische gemeenschap met een apostolisch karakter, die zich sterk richt op jongeren en gezinnen.